De tocht naar Sjövakor – Deel 4 – Puzzel 30

Loki verschijnt tussen de wolken en geeft Hagar de volgende opdracht. Hagar moet met zijn schip rond drie boeien varen die precies een gelijkzijdige driehoek vormen. Hij vaart van boei A, langs boei B, dan langs boei C en dan weer terug naar boei A. Hagar weet dat hij het eerste 3/4 deel van de totale afstand in 3,5 uur aflegde en het laatste 3/4 deel van de totale afstand in 4,5 uur. Ook weet Hagar dat hij over de afstand BC 10 minuten langer deed dan over afstand AB. Hagar’s schip vaart tussen twee boeien steeds met een constante snelheid.
 
 
 
 
 
 


Geef het aantal minuten dat Hagar doet over de afstanden AB, BC, en CA.


 
 

2 reacties naar “De tocht naar Sjövakor – Deel 4 – Puzzel 30”

  1. Gerrit says:
    Spoiler:
    AB : 80
    BC : 90
    CA : 160
  2. :cheers:

    Spoiler for uitleg
    Het 1e 3/4 deel is AD = 210 minuten.
    D ligt op ¼ van CD
    Het laatste ¾ deel is EA = 270 minuten.
    E ligt op ¾ van AB
    DA duurt 60 minuten langer dan AE, dus CD 20 minuten langer dan EB, dus CA 80 minuten langer dan AB.
    Als Hagar overal met de snelheid van AB zou varen, zou hij 210-20-10=180 minuten over AD doen. Dus over de hele afstand zou hij 4/3*180=240 minuten doen.
    240/3=80.
    Hij doet dus 80 minuten over AB,
    80+10=90 minuten over BC
    en 80+80=160 minuten over CA

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

[+] Zaazu Emoticons